Laarsjes

Het is donker op straat als ik naar buiten stap. Het getik van mijn laarsjes op de tegels is samen met de tram het enige wat geluid maakt op straat. Met mijn capuchon op en mijn handen diep in mijn zakken gestoken loop ik stug door. Het is koud. Niet zo’n beetje ook. Geruchten over de elfstedentocht worden zachtjes in de oren gefluistert en het is niet ongewoon om met een grote kop thee en drie truien voor het raam te zitten. Door de kou worden mijn ogen vochtig. Ik blaas en de wind weerkaatst mijn wolkje adem terug in mijn gezicht, waardoor mijn ogen even stoppen met tranen.

Ik stap het portiek in en open de deur. Bijna overal zijn de lichten weg, alleen het ganglicht en de keukenlamp kunnen nog aan. De rest van het huis is leeg en donker. Een voor een ga ik de kamers langs en probeer ik de meubels weer op hun plek te zetten in mijn gedachten. Links stond de kast, rechts de bank en daar het bed. In de vensterbank stonden de plantjes, waarmee we allemaal moeite hadden om ze genoeg water te geven. ‘’Ik ben de plantendokter’’, had een van de jongens een keer gezegd, waarna hij zich weer omdraaide en in de draai met zijn gieter de plant van de rand stootte. Overal lag aarde. Met gelach en een beetje gevloek hebben we samen de boel opgeveegd.

In de grootste kamer ga ik precies in het midden op het versleten tapijt zitten. Normaal is een leeg en donker huis best akelig, maar ik voel me niet naar. Voor mij voelt het hier nog steeds als thuis. Een plek waar ik uit school de deur openzwaaide en heel hard ‘Hallooooo’ door de gang schreeuwde. Een plek waar we dansten in de keuken na het eten en elkaar bekogelden met sponsjes of een tik gaven met de theedoek. Een plek waar we met zijn allen brak onder slaapzakken en fleecedekens Disneyfilms gingen kijken. Een plek waar iedereen het fijn en goed had. De straatverlichting creëert een streep op de vloer waar ik met de hak van mijn laarsje langs blijf bewegen.

Ik voel mijn ogen verwateren. Ik blaas in de lucht en er gebeurt niks. Het is warm in huis. Deze tranen zijn echt. Ik pink ze weg, sta op en zeg zachtjes, ‘’dag huis’’. Ik haal mijn sleutel van de bos en leg deze op het aanrecht. De lichten gaan uit, mijn jas gaat dicht en de wanten gaan aan. Nog een laatste zwaai van de gangdeur, voor ik de voordeur achter me dichttrek. Buiten komt de maan me tegemoet, samen met de frisheid. En het tikken van de laarsjes, gaat verder.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s