Mijn Vlaamse Amsterdam

Isidore woont in Amsterdam en in Antwerpen. Twee steden, twee landen. 150 kilometer van elkaar vandaan, maar beiden een thuis. Nederlands en Vlaams, kaas en wafels, Westertoren en Kathedraal. Wat zijn de verschillen en wat de gelijkenissen?

Licht wordt vervangen door donker als we door de tunnel sjezen. De trein rammelt. Om me heen hoor ik Franse, Engelse, Nederlandse en Vlaamse gesprekken. Ik staar naar mijn computer, ik wil woorden op het nog witte valk laten verschijnen. Mijn gevoel vertalen op papier. Ding dong, klinkt het een uur en een kwartier later.  “Over enkele minuten komen we aan op Antwerpen Centraal”, klinkt in zacht Vlaamse tonen.  Mijn moeder, zusje en ik grabbelen onze spullen, jassen en tassen bij elkaar. Even later, stappen we op Belgische bodem.

“Daar zijn ze dan, onze wereldreizigers!”, roept mijn bonusvader. Zijn bruine ogen stralen, zijn gezicht lacht. Liefdevol neemt hij, zoals elke keer, de koffers van ons over. Kletsend lopen we richting de uitgang van het mooiste station ter wereld. “Dit gigantisch treinstation telt vier verdiepingen met sporen. Haar schoonheid is zo uniek dat kenners moeite hebben met het een architecturale stijl toe te schrijven,” aldus The New York Times. We gaan op weg naar ons Antwerps huis, dat hier vlak bij ligt.

Mijn ouders zijn gescheiden en hebben beiden een nieuwe liefde gevonden. Zowel de nieuwe levenspartner van mijn moeder als die van mijn vader komen uit Antwerpen. Beide huishoudens zijn dus Nederlands-Vlaams. In beiden huizen klinken zacht zangerige klanken. Mijn bonusvader woont samen met zijn dochter (12) in Antwerpen en om de week woont hij er samen met mijn moeder. Ze reizen continu op en neer om samen te kunnen zijn. De vriendin van mijn vader woont gewoon in Amsterdam.

“Het is nog vroeg,” zegt mijn moeder tegen me als we ons huis binnenstappen. “Dus als je wilt kun je nog even de stad in gaan.” Snel leg ik mijn spullen in mijn kamer. De hele zolderverdieping is van mij. Vanuit mijn raam overzie ik de stad. Ik pak mijn portemonnee en spring op mijn fiets, een hip vintage model. In een paar tellen sta ik op de Meir, de Kalverstraat van Antwerpen.

Winkel in, winkel uit. Op iedere hoek staat een straatmuzikant. Omringd door de geur van wafels (heerlijk en slechts twee euro) spendeer ik mijn zakgeld aan nieuwe kleding. Als je lang moet wachten voor de kassa heet dat hier ‘ambetant’, in plaats van ‘vervelend’. Ik koop een ‘frak’, oftewel een nieuwe jas en een zwarte’ sacoche’, een zwarte handtas. Bij het afrekenen wordt gevraagd of ik “het kassaticketje” er bij wil. (Over poepen moet je het hier trouwens ook in het openbare toilet niet hebben. Dan praat je over neuken.)

“Je kunt het niet in Nederland ruilen,” zegt het meisje bij H&M. Mijn harde G valt hier op. Ik ken beide steden. Amsterdam nog steeds iets beter dan Antwerpen, maar langzaam neemt mijn kennis over mijn Vlaamse Amsterdam toe. Omdat ze denken dat ik een toerist ben, kan ik de Belgen met regelmaat verrassen met mijn kennis over de stad. Vorig weekend wees ik twee Gentenaren de weg naar de Zara!

Terug thuis schuif ik voor het diner aan de keukentafel. We eten frietjes. Mijn bonuszusje is net terug van haar hockeycompetitie en zit met haar sportkleren aan te smullen van haar ‘viandel’ – frikandel. Duizenden sauzen staan op tafel, Belgische mayonaise, naast Hollandse mayo en overheerlijke Vlaamse ‘stoofvleessaus’. Als mijn moeder een frietje in de saus doopt, en naar haar mond brengt, valt er stoofvlees op haar mooie donkerblauwe jurk. “Bah, ik heb gesmost.” “Gesmost?” Mijn zusje komt niet meer bij. “Wat is dat nou weer?”

De avond valt, donker vervangt zonneschijn en bij de open haard spelen we koehandel, een spelletje waarbij je op dieren moet bieden alsof je meedoet aan een veiling. Daarna is het tijd voor een modeshow van mijn nieuwe kleren. Als ik mijn nieuwe tas laat zien is mijn b’zusje door het dolle heen. “Wat een mooie sacoche.” Vaak bedoelen we hetzelfde, alleen spreken we het net iets anders uit.

Eenmaal in bed, staar ik uit het raam en zie ik de lichtjes die Antwerpen bewaken in de nacht. “Isi? Slaap je al?” Samen staan ze voor mijn slaapkamerdeur. “Welterusten lieverd, ik zie u graag,” zegt mijn moeder grappend. “Slaap wel,” fluistert mijn b’vader. De twee A’s lijken op elkaar, ook al zijn ze verschillend. Want al is Amsterdam mooier dan Parijs, Antwerpen ligt mooi op de route.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s