Witte wereld

Witte wereld

Isidore van Westing stapte afgelopen jaar over van twee gymnasium op het Ignatius naar drie VWO op het Cartesius. Ze verruilde Zuid voor West en kwam van de bekende wereld in een nieuwe wereld terecht.

De sneeuw dwarrelt naar beneden. Drie jonge kinderen spelen op het plein voor het Cartesius en gooien sneeuwballen naar elkaar. Het is warm en benauwd in het klaslokaal, de ramen zijn beslagen. Ik zie het tafereel daardoor door een mistige waas. De wiskundelerares tekent een grafiek op het bord en schrijft er een formule naast. “Dan heb je de x-as en de y-as,” zegt ze. Ik draai mijn hoofd weer richting raam, in een hoek van het plein maakt een jongen geconcentreerd een sneeuwpop. Hij veegt met zijn voeten een beetje sneeuw weg op zoek naar takken voor de armen. “Let even op alsjeblieft. Je zit hier niet omdat je het al kan.” Ik draai mijn hoofd terug, de lerares kijkt me recht in de ogen. “Kom naar voren en los deze formule op.” Twijfelend loop ik haar kant op, in mijn buik neemt de angst toe. Met een rood hoofd sta ik voor het bord. “Zoek de x.” Ik kijk naar de som. De getallen dansen door mijn hoofd. Als ik klaar ben, ga ik snel zitten. “Is dit goed?” vraagt de lerares aan de klas. Een paar kinderen knikken, anderen schudden hun hoofd. “De x is inderdaad vier.”

Lachend loop ik even later naar mijn kluisje. Ik verlos mezelf van wat boeken en trek mijn jas aan. De buitenkant is nog vochtig van het sneeuwballengevecht tijdens de pauze. “Tot morgen,” roep ik naar een paar klasgenoten die met hun fiets voor de deur van de school staan. Ze lachen en steken hun hand op als teken van afscheid. Een van hen probeert me te raken met een sneeuwbal. Het enige dat hij raakt is een prullenbak. Door de klap valt alle sneeuw eraf. In de witte wereld staat nu opeens een groen stuk metaal. “Mis,” roep ik lachend. “Wacht maar!” is het antwoord. Ik drop mijn tas met een soepele zwiep in mijn krat voorop mijn fiets, loop naar het met zout bestrooide stuk van de straat en stap al zwaaiende op. Vorig jaar fietste ik een route door Zuid, nu door West. Het overstappen naar een andere school brengt onzekerheden zich mee. Nieuwe leerlingen, nieuwe leraren, nieuwe regels. “Je leven is een patroon,” zegt de wiskundelerares altijd. “Voor ieder stukje in het leven is een formule.” Tevreden kijk ik om me heen. Sneeuw maakt gelukkig. Alsof een witte deken alle zorgen bedekt en geruststelt. Het is best in West.

Voor het huis van mijn tutor parkeer ik mijn fiets. Zijn kleine appartement ligt op de grens van Zuid en West. Binnen veeg ik mijn voeten en klop mijn jas uit. Met een vriendelijk “hoi” begroet de tutor, een net afgestudeerde Limburger in losse spijkerbroek en trui, mij. Hij leert mij lastige wiskundeformules op te lossen. In de woonkamer staan twee dampende koppen chocolademelk op de eettafel klaar. Hij opent de koektrommel, ik vis mijn boeken uit mijn tas. Verloren liggen een paar laatste kerstkransjes in een verder leeg blik. “Nog van vorig jaar,” zegt hij lachend. Hij schuift wat losse rotzooi opzij, ik schuif de chaos in mijn hoofd aan de kant. Op de tafel is nu plaats voor de boeken en in mijn hoofd voor de x en de y.

Buiten is het, op weg naar huis, zeker vier graden kouder. Ik zit rillend op de fiets als ik iemand mijn naam hoor roepen. Ik kijk om en zie een vriendin van het Ignatius naar me toe rennen. Ze glijdt bijna onderuit. Haar Cowboy bag bungelt om haar arm en de capuchon van haar Canada Goose jas zwiept op en neer bij iedere stap die ze zet. Ze omhelst me, mijn fiets valt bijna op de grond. We lachen om alle onhandigheid. “Wees maar blij dat je van het Ignatius af bent,” zegt ze. “We hebben bergen huiswerk en Latijn is niet normaal moeilijk geworden.” Ab imo pectore ben ik blij dat ik geen Latijn meer heb. “Ik vond het vorig jaar al niet te doen.” De bus naar Abcoude komt aanrijden. “Leuk je gesproken te hebben. Kom snel weer naar de Starbucks.” Ze geeft me een dikke knuffel en stapt op New Balance in de richting van de bus. Zorgeloos en blij lijkt ze te huppelen in een maagdelijk witte wereld waarin alles vredig en mooi is. De gemiddelde Ignatius leerling krijgt van huis uit smakelijke opties voorgeschoteld; advocaat, dokter, accountant of overname van een familiebedrijf van naam, dat zo lekker loopt. Vaak ongemerkt staan ze al met een been in een mooie toekomst. De doorsnee Cartesius leerling gaat minder zorgeloos door het leven, moet voor alles harder werken. Je merkt het aan de sfeer. Auto’s razen voorbij, een scooter toetert. Ik manoeuvreer op mijn fiets door de drukte. De witte wereld om me heen krijgt door het stadse verkeer een donkere rand.

Uiteindelijk is het verschil erg klein. Op beide scholen bieden ze tegen elkaar op. “Mijn vaders Audi is duurder dan die van jouw vader. Bovendien woon ik in een huis met vijf verdiepingen, dus ik zou maar niks zeggen.” Klinkt op het Cartesius als volgt: “Wajoooh zo faja jongen, pik je die gewoon. Hij zoekt vette fiti jongen.” “Dag kerel, hoe is het ermee?’’ is nu: “Eeh faka.” Hetzelfde op een andere manier. Als de sneeuw in Zuid valt, valt hij ook in West.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s