Niets zo levend als de dood.

Een vervolg op het boek; De kleine blonde dood van Boudewijn Buch.

Niets zo levend als de dood

Hoofdstuk 1 Blauw en groen

Ik haal de schoenendoos uit de kast en blaas de stof van de bovenkant af. Vijf jaar geleden heb ik hem gevuld en op een plank gezet, sinds zijn dood durfde ik er niet meer in te kijken. Ik was te verdrietig, te bang. Bang om weer dat ellendige verleden onder ogen te moeten komen. Het verleden dat er toe heeft geleid dat ik op mijn uitvaartbrief alvast heb geschreven; ‘God, bedankt voor dit kut leven, ik zie je in de hemel!’ Op de kartonnen doos heb ik groen met blauwe strepen geverfd. Groen en blauw, het waren zijn lievelingskleuren. Die twee kleuren kwamen overal terug. In de kamer van de kleine waren de muren groen, was het dekbed blauw. Een spuuglelijke Ikea kast die ik bij het grofvuil vond, verfde ik, op een bloedhete zomerdag in mei toen hij naar school was, groen, de lades blauw. Zijn knuffel droeg een blauw met groen geruite jasje.
Uit de doos haal ik een foto. Artis staat er sierlijk geschreven op de achterkant. Verder geen datum, niets. Ik kan me die dag nog goed herinneren. Ik weet nog hoe hij op mijn schouders gillend van spanning en plezier de luipaarden aanstaarde die hij op en neer achter de tralies zag lopen. Zijn plakkerige handen onder mijn kin. Kort daarvoor werkte hij in no time een suikerspin naar binnen terwijl ik hem beschermde tegen de wespen die om zijn hoofd zoemden. En hoe hij aandachtig de vies kaal roze billen van de apen, die op de net zo kale rotsen een voedselgevecht hielden, bekeek. Ik vind de toegangskaart. Dierentuin staat er op vijftien gulden. En het bonnetje van een flesje sinas. Dorst kreeg hij van die suikerspin. Mijn mannetje hield van sinas. Op het terras zat hij met het rietje in zijn mond. Ik ritste mijn jas open, het was warm. “Papa?’’, vroeg hij, “Waarom is onze kat eigenlijk niet net zo groot als die in die kooi?’’ “Omdat onze kat minder eten krijgt,” antwoordde ik, “Mag ik een ijsje?’’ “Je hebt net een suikerspin op.” Bedachtzaam keek hij mij aan. “Ja maar ik wil ook heel groot worden.” Daarmee verdiende hij zijn ijsje. Het raketje was snel op. In mijn handen ligt een geel badeendje. Ooit had het dezelfde kleuren van dat raketje. Helder geel is vaal geworden, het rode hoedje dat op zijn hoofd zat, is verdwenen.
Woef druk ik tegen mijn gezicht. De geur van zijn knuffel is weg, net als hij: weg!. Ver weg. Verdwenen, heen, vergaan, vervlogen, verrot. Weg uit mijn leven, maar niet vergeten, elke dag aanwezig, niet uit mijn hoofd te bannen, elke dag weer is hij er. Ik wil gillen, ga nou weg, laat me verder leven, ik moet door. Ik opende de doos vandaag in de hoop te kunnen vergeten. Of het, zoals velen zeggen, ‘een plaatsje te kunnen geven’. God, wat haat ik mensen als ze dat zeggen. Van mij mogen ze, net als hij, dood.
De knuffel draagt nog steeds het blauw met groene jasje. In de doos ligt de bel van zijn blauwe kinderfiets, zijn tandendoosje met piepkleine verkleurde melktanden, een tekening die hij op de vrije school gemaakt heeft, een wikkel van de plastic colafles die hij op zijn verjaardag helemaal leegdronk. Daarna stuiterde hij, dronken van de suiker. Ik kieper de doos om. De hele klerezooi valt op de vloer. Drie puzzelstukjes vallen voor mijn voeten. Ze zijn van de puzzel die hij met mij op het bed gemaakt heeft. Mieke lag met een kater naast me. Hoe zou dat voor hem moeten zijn geweest? Ik bedoel, een dronken moeder iedere dag is niet niks.
Ik ben homo, daarom hield ik niet van Mieke, al heb ik het nog zo geprobeerd. Trouwens, het was eigenlijk ook gewoon een verschrikkelijk wijf. Toch is het zielig. Na de dood van mijn zoon, heb ik haar nog drie keer gezien, om ‘wat laatste dingen te regelen’. Vorig jaar kreeg ik een brief. Ze is dood gevonden in een bushokje. Dagelijks een overdosis alcohol is niet goed voor een mens, al had ze waarschijnlijk ook het een en ander geslikt om de diepte dragelijker te maken. In hetzelfde bushokje zaten hij en ik te wachten op de bus naar Artis.
Nu is de moeder van mijn kind, de vrouw waar ik mee in bed gedoken ben, ook dood. Mijn vader, mijn moeder waren al dood. Broers of zussen spreek ik niet meer. Op de dag dat de kist met het lichaam van de vrouw die mijn kind het leven schonk de kuil in zakte, was ik de enige aanwezige. Die puzzel heb ik op de dag van haar uitvaart weggegooid, er mistte drie stukjes.
Ik zak naar de grond, mijn lichaam schokt, mijn hoofd vindt steun tegen de koude muur. De puzzelstukjes vallen uit mijn handen. Uit mijn neus loopt snot. Alles wordt zwart voor mijn ogen, het gebeurt weer. Het gebeurt gewoon weer. Mijn hoofd raakt te vol, met verdriet en dan word ik gek, raak in paniek, weet niet wat ik moet doen. Ik schreeuw, sta op en ren zonder iets te zien door de kamer. Als een gek ren ik rondjes door de kamer. Ik hoor meubels omvallen, voel mijn handen plakkerig worden van het bloed. Mijn lichaam voelt de pijn van de wonden die ik opdoe door het botsen tegen de hele klere inboedel, tegen nietszeggende huiselijke materie, niet.
Ik wil vergeten, ren de deur uit. Op mijn pantoffels, die hij binnen-schoenen noemde, snel ik naar de winkel om de hoek. De eigenaar bekijkt me. Ik probeer in zijn gedachten te kruipen om te weten wat hij denkt. Vast zoiets als; ‘Hmm, bruin haar, bruine ogen, diepe frons, litteken op zijn wang, bloed aan zijn handen.’ “Jij bent Boudewijn’’, roept hij dan, “Jij bent van dat ene boek. Wat een goed boek, maar heeft u zich bezeerd. Kan ik u helpen?” “Ik wil vijf flessen rode wijn. Welke kan u mij aanbevelen?’’ “Natuurlijk.’’ Ik zie het gezicht van de man vertrekken. Die bn-er is een eikel zie ik hem denken.
Thuis zet ik de flessen op tafel. Ik draai de dop van de eerste en zet de fles aan mijn mond. Uit een plastic box haal ik een videoband tevoorschijn. Ik stop hem in de speler en druk op play. ‘Château Tapie een stevige wijn zonder bestrijdingsmiddelen’ lees ik op het etiket als de eerste beelden op televisiescherm verschijnen. “Zonder bestrijdingsmiddelen”, gil ik. Met een zwaai gooi ik de fles door de kamer. Rode wijn trekt in het witte vloerkleed als de dood die zich aankondigt in een crimeserie. Dood. Ik zoek, maar vind het leven niet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s