Roze confetti.

Roze confetti

Ik word wakker van het geluid van giechelende meisjes. Ze pakken wat spullen
bij elkaar en gaan het sanitair verkennen. Kort daarna klinkt er een harde klop op de deur. “Wakker worden.” De leraar geeft aan dat het tijd is om op te staan. Uit vier van de zes stapelbedden komt gekreun. “Binnen een halfuur verwacht ik jullie allemaal aan de ontbijttafel.”

Langzaam kom ik overeind, uit mijn weekendtas haal ik een joggingbroek, trui en sokken. Ik loop naar de toiletten. Als ik aankom hoor ik iemand een liedje uit de Amerikaanse film ‘‘Pitch perfect’’ zingen. Het‘’sex baby, lets talk about you and me’’ klinkt vals. De uitdagende tekst heb ik dit kamp al vaker gehoord. Met een washand was ik mijn gezicht. Eenmaal klaar, zoek ik een plek waar ik me zonder toeschouwers aan kan kleden. Als ik fris gewassen aan de ontbijttafel schuif, komen mijn vriendinnen naast me zitten. We kwekken over het overlopen naar de jongens die nacht, de potjes voetbal van gisteravond en keuren. “Iew! Das een engerd!” “Wat is die knap, super hot.”

Na het eten springen we op de fiets. We gaan op vogelzoektocht. Luid getjirp komt vooralsnog van een fietswiel dat aanloopt en de zang van de felle wind. In het duingebied kijken we met verrekijkers, die we van een vogellaar kregen die ons een vogellesje leert, vooral naar elkaar. Ons gelach jaagt de vogels weg.

Zittend op een bank langs een schelpenpad eten we een middagboterham. Ernaast bloeit een prunusboom uitbundig. Een aarzelende zonnestraal maakt ons iets warmer. We lachen, nemen een hap en lachen. Bloemblaadjes worden losgetrokken door de wind en waaien weg. Het regent roze confetti. Ik voel een sparkel geluk daar op die bank. Even los van de wereld van cijfers die beter kunnen en gedoe thuis.

“Jongens, het sportveld wacht”, de leerkracht houdt de vaart erin. Een aantal leerlingen van een andere klas, pakt net hun fiets als we aankomen. Wij rennen het veld op voor een potje rugby. Als de eerste scrum wordt ingezet, landen regendruppels zacht op het grasveld. Nadat ik gewisseld heb en de modder van me af probeer te slaan, raak ik aan de praat met de co-mentor. We kletsen over Schier, over vriendinnetjes en vriendjes en slechte cijfers. Dan is het mijn beurt om in het veld te verschijnen. Met iedere tackel gooi ik vervelende zaken – die als nat wasgoed aan de lijn nadruppelen – uit mijn hoofd. Weg ermee. Met een schel fluitgeluid blaast de gymleraar een einde aan de wedstrijd.

Hop, opnieuw op de fiets. Nu richting onze tijdelijke huisvesting om ons om te kleden voor het lopen op het wad. Ik knoop een reep blauwe vuilniszak om de zwarte waarvan ik met drie gaten een jurk heb gefabriceerd en maak een strik. Met die handeling wordt de zwarte zak een modieuze pof jurk. Iedereen staat gehuld in vuilniszakken startklaar. “Fotomoment,” roept de bio leraar. Bewegend zwart plastic vult even later het wad. Wormen zoeken, modder gooien. De meisjes gillen als ze worden geraakt met klodders zand door de jongens. Een jongen roept: ‘’Voltreffer!’’ en doet lachend nog een poging. Modder in onze haren, modder in onze schoenen, vuilniszakken gaan uit. Niemand wil zwemmen, ik wel. Ik weet drie twijfelende meisjes uit mijn klas te overtuigen om op zijn minst een kijkje te nemen bij het meer. Aan de waterrand besef ik dat ik wel een bikini aanheb, maar geen handdoek of schone kleren bij me heb. Ik zie dat een andere klas er ook is. Ik dacht dat we de enigen zouden zijn… Twijfel slaat toe. Ik voel me een lelijk eendje tussen witte zwanen. Al die dunne mooie meiden die zelfverzekerd, bijna uitdagend, in hun bikini staan. Ik laat het los, vouw de gedachten als droog wasgoed op. Mijn shirt gaat in een beweging uit. Ik neem een aanloop en gil. Plons! Ik lig in het meer, ijskoud voel ik me gelukkig. Aan de kant zie ik sommigen met open mond naar me kijken, anderen lachen. Twee klasgenoten willen niet achterblijven, ze rennen gillend het water in. ‘’Koud, koud, koud, koud!” roepen ze. Als ik uit het water kom en het enige shirt dat droog is gebleven, omdat ik het onder mijn vuilniszak droeg, aantrek, zie ik twee kleine eendjes met hun moeder zwemmen. In mijn hoofd leg ik het wasgoed in keurige stapels in de kast en sluit de kastdeur. Ik voel me net als die eendjes op avontuur en dat is het mooiste wat er is.

Een reactie op “Roze confetti.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s